Het onderwijsprogramma

 

Het onderwijsprogramma bestaat uit drie hoofdonderdelen. Zelfstudie, centrale lessen en verdiepingslessen.

Met ons programma leggen we een verbinding tussen het leven aan boord van een zeilschip, natuurwetenschappelijk onderzoek en onderwijs. Jongeren leren vanuit eigen ervaringen en waarnemingen, en verwerven kennis en inzichten die ze hun leven niet meer vergeten. Daarnaast is er veel aandacht voor de persoonlijke groei van de scholieren. Het leven aan boord in een soort mini-maatschappij brengt haar eigen uitdagingen mee. Samenwerken, de eigen rol in het team en verantwoordelijk zijn voor elkaar zijn uitdagende aspecten voor de jonge scholieren.

De centrale lessen volgen de reguliere stof van het voortgezet onderwijs. Masterskip biedt leerlingen daarnaast een extra uitdaging aan in de vorm van verdiepingslessen. Deze lessen diepen de stof op een uitdagende en aansprekende manier uit en vragen echt wat van de scholieren. De centrale- en verdiepingslessen worden in groepsverband gegeven door eerstegraads vakdocenten. En door uitwisseling, presentaties en testen wordt de kennis regelmatig getoetst. 

De activiteiten zijn aan de ene kant gericht op het verrijken van de lesstof met praktijkvoorbeelden en aan de andere kant op het zichtbaar maken van de toekomstperspectieven. Zo ervaren leerlingen dat technologie uitdagend, zinvol en maatschappelijk relevant is en een goed carrièreperspectief biedt.

We besteden veel aandacht aan de voorbereiding van de reis en aan de evaluatie en presentatie na afloop. Daarover maken we vooraf afspraken met de scholen. Met steun van het onderwijsteam van Masterskip werken leerlingen samen met enkele andere leerlingen de onderzoeksopdrachten uit, die tijdens de expeditie worden uitgevoerd.

Na afloop van de reis verzorgen de deelnemers op hun eigen school een presentatie voor klasgenoten en/of ouders van de school. De voorbereiding van deze presentatie vindt al aan boord plaats tijdens de expeditie.

Studie en toezicht

De leerlingen krijgen een maand voor vertrek een Plan van Aanpak toegestuurd om samen met hun docenten een studieplanner te maken voor 5 weken. Gedurende zes dagen per week besteden we aan boord 3-4 uur aan zelfstudie.

De leerlingen krijgen aan boord een mentor toegewezen die de studievoortgang iedere week in een mentorgesprek controleert. Het niet gemaakte werk moet dan op zondag worden afgemaakt. Er is dus veel toezicht op de zelfstudie. De afgelopen schooljaren zijn er, op enkele uitzonderingen na, geen schoolachterstanden opgelopen. De meeste leerlingen kwamen met een voorsprong van boord.

Wij adviseren verder dat er 5-6 toetsen worden meegenomen. Als de toetsen in een dichtgeniete envelop worden meegegeven kunnen de toetsen aan boord worden gemaakt. Op zaterdagochtend is het toets dag en worden de toetsen in 1 of 2 ruimtes afgenomen. Dit gebeurt uiteraard onder toezicht van docenten. Na de reis worden de toetsen weer in een verzegelde envelop terug op school gebracht.

Meer informatie

  • Voorbereiding

    Materskip organiseert in het voorjaar en in de zomer regelmatig informatiebijeenkomsten voor leerlingen en hun ouders. Als het enigszins kan is dat op de Wylde Swan. Soms organiseren we voorlichtingsbijeenkomsten op scholen, waar leerlingen met hun ouders, en schoolvertegenwoordigers aanwezig zijn. Op deze manier wordt je als leerling goed en eerlijk voorgelicht om een weloverwogen keuze te maken over de reis van je dromen.
  • Zelfstudie

    Leerlingen komen aan boord met een plan van aanpak dat ze samen met hun docenten op school hebben ingevuld. Zes dagen in de week hebben ze 3-4 uur zelfstudie op een dag om hier zelfstandig aan te werken. Dat is intensief onderwijs. Er zijn ervaren docenten in de exacte vakken aanwezig om hen daarin te begeleiden. Zij hebben veel aandacht voor de individuele leerling en beantwoorden hun vragen.
  • Mentor

    De leerlingen krijgen elk een mentor toegewezen. Wekelijks bespreken zij de persoonlijke leerdoelen van de leerling en de voortgang van de studie. Heeft een leerling moeite met zelfstandig leren, dan kan de mentor in overleg een gestructureerde dagplanning maken. Op deze manier loopt een leerling geen achterstand op.
  • Centrale lessen

    Naast 3-4 uur zelfstudie op een dag zijn er verdiepende of verbredende bètalessen, die worden gekoppeld aan het leven aan boord. Denk hierbij aan navigatie, krachten die spelen bij het zeilen, de techniek aan boord, meteorologie, de samenstelling van het zeewater en de bestudering van het zeeleven. Deze lessen sluiten aan bij de vakken die ze op school krijgen.
  • Toetsen

    Wij adviseren dat er 4-6 toetsen worden meegenomen. Als de toetsen in een dichtgeniete envelop worden meegegeven dan kunnen de toetsen aan boord worden gemaakt. Op zaterdagochtend is het toetsdag en worden de toetsen in 1 of 2 ruimtes afgenomen. Dit gebeurt uiteraard onder toezicht van docenten. De datum waarop de toets wordt afgenomen hoeft niet dezelfde te zijn al op school, er is tijdsverschil en als hij/ zij zeeziek is gaat het niet. Op de oceaan hebben we geen internetverbinding dus een leerling kan geen contact hebben met klasgenoten.
  • Groepssfeer

    Aan boord hangt een positieve en hardwerkende sfeer; dit is de belangrijkste voorwaarde voor goed onderwijs. De leerlingen helpen elkaar, voelen zich veilig in de groep en hebben prettig contact met de docenten zodat zij zich uitgenodigd voelen vragen te stellen. Met behulp van spellen en evaluatiemomenten met elkaar wordt de groepsvorming gestimuleerd.